Er zijn 4 grote tijdvakken; Precambrium (pre betekend vóór)- Paleozoicum (het vroege leven),- Mesozoicum (middelste leven) en het Cenozoicum (het nieuwe leven), die op hun beurt allemaal onderverdeeld zijn in kleinere tijdvakken van 40 tot 80 miljoen jaar, die noemen we Systeem Periodes, zoals Jura en Krijt, die weer onderverdeeld zijn in series of Epoch, als onder- midden- en boven Jura of als onder en boven Krijt en die onderverdeling gaat weer verder in stages, daarna komen de formaties en horizonten.
De tijdsindeling begint met het Eon, zie de geologische tijdschaal, het Precambrium, dat is ingedeeld in era. Grofweg kunnen we zeggen dat het meercellige leven zo'n 700 milj jaar geleden in het laatste deel van het Precambrium, het era Proterozoicum begon. Omdat deze levensvormen geen harde delen bevatten zijn fossiele resten zeer schaars. Vast staat dat daar al het planten en dierenrijk ontstonden. In het begin zaten de levensvormen relatief vast op de bodem, maar naarmate de tijd vorderde werden sommige levensvormen mobieler.
Aan het eind van het Proterozoicum, in het Neoproterozoicum, met name in het Ediacarum ± 542 mljn jr. vonden de mobile levensvormen het blijkbaar makkelijk om de vastzittende op te eten, daar hoef je niet voor te jagen. In deze tijd waren mutaties aan de orde van de dag, zodat de meest succesvolle levensvormen het overleefden. Ook moeten sommige levensvormen al licht en donker hebben kunnen waarnemen en begonnen er ook verdedigingsvormen te ontwikkelen.
Het Paleozoïcum begint in het vroege Cambrium ± 528 mln jr. geleden, dieren begonnen harde skeletten en echte ogen te ontwikkelen, hier begonnen trilobieten, wormen, brachiopoden, echinodermen, nautiloïden, hyolieten, sponzen, algenmatten vele andere, soms bizarre maar meest lang uitgestorven dieren aan hun eerste levensfase waarin de natuur van harte experimenteerde. Alleen de succesvolste levensvormen overleefden de extinctiegolf waarmee nagenoeg alle series/Epoch worden afgesloten. Het zuurstofgehalte in de lucht was slechts 4%, veel vulkanisme waardoor zwavel en stikstof in de atmosfeer. Alle landmassa lag op het zuidelijk halfrond, het Gondwanaland. We vinden de eerste fossielen met harde delen in deze tijd.
In het Ordovicium, dat ± 488 mln jr. geleden begon zien we graptolieten, de eerste gewervelde visachtigen, degenkrabben en stevige algen in getijdenzones, vele soorten Echinodermen, waarvan we heden ten dage nog steeds onder andere de zeester, de slangster, de zee-egel, en de zeelelie kennen maar die toen veel meer uitgebreid was en alle wereldzeeën bevolkten. Nautiloidea ontwikkelden zich in soorten en maten, de zeeën wemelden van Lange Orthoceren die wel 8 m lang konden worden! Ook zeer veel trilobieten in vele groottes, van enkele mm tot ruim 70 cm. Nog steeds was er geen leven op het land, behalve misschien de eerste korstmossen. Nog steeds veel vulkanisme en continenten op drift.
In het Siluur ± 443 mln jr. zijn graptolieten enorm geëvolueerd in diverse vormen, in het midden Siluur, het Wenlock, ± 426 mln jr. vinden we de eerste vaatplanten die de wereld op het land koloniseren, en dan gaat het snel want net als de slijkspringers en palingen nu doen, kwamen uit vissen de eerste amfibieën aan land. Ook Schorpioenen en spinnen en insecten kwamen het land bevolken aan het eind van het Siluur. De zeeën wemelden van Nautiloidea, er ontstond een grote diversiteit aan vissen en ander zeeleven. Kenmerk van de amfibieën is, dat ze water nodig hebben om hun eitjes af te zetten. Gondwana was opgebroken in grote landmassa`s
In het Devoon ± 419 mln jr. zijn er al oerwouden van varenachtige bomen waarin insecten leefden die weer als voedsel dienden voor amfibieën. Ze waren uit het water gevlucht maar werden gewoon achtervolgd door hun belagers. Deze levensvormen ontwikkelen zich door maar fossielen van landdieren en planten zijn zeer schaars. Mariene fossielen zijn daar in tegen overal te vinden in de vorm van zeer diverse vormen van koralen en riffen. Ook zeeschorpioenen en goniatieten verschijnen, een ondersoort van de nautiloidea, aan het eind van het devoon ontstaan hieruit de ammonieten. Pantservissen zijn de grote rovers in de zee. Dit is het laatste systeem van het Paleozoïcum dat vanwege de enorme planten- en bomengroei van varenachtigen de atmosfeer in snel tempo vergiftigt met hoge zuurstofconcentraties. Zuurstof is een agressief element en dat resulteerde in een uitstervingsgolf van 75% van het leven op aarde..
Het Carboon dat ± 308 mln jr. geleden begon wordt ook wel het steenkooltijdperk genoemd. Enorme wouden bedekten de aarde, het zuurstofgehalte liep op naar bijna 40% waardoor insecten, die immers geen longen hebben maar door de huid ademen, gigantische afmetingen kregen. De libelle kon wel 70 cm breed worden, spinnen van een soepbord groot, duizendpoten van een meter, maar ook de kakkerlakken zagen het licht. De top roofdieren waren daarom gigantische insecten. De overgebleven amfibieën op het land en in het water waren nu roofdieren, hoewel de geleedpotigen de bossen domineerden. Uit de amfibieën ontstonden Reptielen, ze werden zonder kieuwen en volledig ontwikkeld uit een ei met harde schaal. De wereld was in de greep van extreme seizoenen en van de reptielen.
Maar toen het klimaat droger werd, waren het de reptielen die de macht grepen. De toproofdieren waren reptielen. Een van de oudste loopsporen ter wereld, van een reptiel, ligt in mijn museum. De reptielen hadden een nieuw soort hart ontwikkeld, een sterke bloedpomp die wij later zouden erven. Overal waren zoetwatermoerassen waar bomen omvielen, door bacteriewerking verzuurden en zo geconserveerd werden. In de daaropvolgende tijdperken verzanden de moerassen en zo kwamen hele pakketten organisch materiaal onder de grond terecht, van dagzomend tot 5 kilometer diep vinden we de samengeperste bomen en varens in de vorm van steenkool. De zuidpool lag op de evenaar en vandaag de dag staan die bossen nog steeds daaronder 5 kilometer ijs.
In het Carboon, hebben sommige amfibieën het probleem van water afhankelijkheid opgelost. Zij moesten namelijk altijd hun eieren in het water leggen, wat gevaarlijk was. Maar in het Carboon was veel “kikkerdril” vervangen door eieren met een harde schaal. Die konden daarom op het land worden gelegd.
Dan, ± 299 mljn jr. geleden begon het Perm, het laatste systeem uit het Paleozoïcum. Een zeer interessante en dynamische periode, met name wat de ontwikkeling van de landdieren betreft. Ook het uitsterven van de laatste trilobieten is een feit, wellicht heeft het hoge zuurstofgehalte daar iets mee te maken.
Alle continenten waren weer samengekomen tot één groot land, Pangea, dat langzaam naar het noorden trok. In het midden hiervan lag de grootste woestijn ooit. Ten westen van Pangea lag een grote oceaan, de Panthalassa oceaan. Nederland…Desolaat. Midden-Nederland lag toentertijd onder water met wat later de Noordzee zou vormen en de omgeving van Drenthe kende actieve vulkanen net als ten noorden van Vlieland. Zoutkorsten in witte en grijze tinten bedekken de bodem, slechts onderbroken door windribbels van rood woestijnzand. Geen teken van leven, niet eens een spoor. Tijdens het Perm was Nederland onderdeel van een grote zoutwoestijn. Dit zoutbekken lag onder zeeniveau en meermaals overspoelde de zee het land. Na verdamping in het verzengende woestijnklimaat bleef weer een laagje zout achter. De Permafzettingen vormen tweehonderdvijftig miljoen jaar na dato de bron voor ons keukenzout en herbergen tevens ons aardgas. Maar in de vruchtbare gebieden leefden Reptielen en amfibieën, deze bleven zich door ontwikkelen en aanpassen tot een nieuwe levensvorm, onder andere in de vorm van de Dimetrodon.
Kenmerkend was zijn zeil, een grote kam op zijn rug die hem meer controle gaf over zijn lichaamstemperatuur. Al wordt dat tegenwoordig betwijfeld want daarvoor zouden er te weinig bloedvaten in de kam zitten. Reptielen zijn namelijk koudbloedig en kunnen zichzelf niet op temperatuur houden zoals zoogdieren dat kunnen. Dimetrodon was een veel voorkomende carnivoor. Dimetrodon was echter niet zomaar een reptiel, maar een zoogdier reptiel. Een van de eerste overgangsvormen. Waarschijnlijk een van onze voorvaderen aangezien het dier net als wij over snijtanden en kiezen beschikte. Er waren veel half zoogdieren/half reptielen, en kleine slagtanden waren de mode. Veel wezens in het Perm behoorden tot deze groep zoogdierachtige reptielen en daarmee tot onze voorouders. Later werden zij meer een soort van reptielachtige zoogdieren. zoals de nu nog levende vogelbekdier en mierenegel in Australië, dat eierleggende zoogdieren zijn, overgebleven uit de prehistorie.
Aan het eind van het Perm vinden catastrofes plaats waarbij 95% van alle leven werd uitgeroeid. De grootste extinctie golf ooit. De Perm-Triasovergang werd gekenmerkt door intensief vulkanisme. In deze periode ontstonden de Siberische Trappen, een 200.000 km² groot basaltplateau, letterlijk het uitvloeisel van de omvangrijkste vulkanische activiteit uit de geschiedenis van de aarde. Als gevolg van dit vulkanisme kan het klimaat voldoende veranderd zijn om een massa-extinctie teweeg te brengen. Dan gaat de aarde over naar het Trias, ± 251 mln jr. geleden, daarmee begint het era Mesozoïcum. Door de botsingen van continenten ontstaan gebergten, de Andes in Chili, de Atlas in Marokko, De Oeral in Rusland, Europa komt gedeeltelijk boven water.
In het Trias begon de breukvorming van Pangea. Nederland lag in dit tijdperk op dezelfde hoogte als waar nu de Sahara ligt, maar blijf naar het noorden bewegen. Het klimaat was in het Trias over het algemeen droog en warm. Het oppervlakte van Nederland kende met de ligging aan de onderkant van een gebergte gebied vorming van rivieren en meren door grote periodes van neerslag. De naam van het Trias komt voort uit de drie zeer herkenbare gesteentelagen die in die tijd vooral in Duitsland zijn afgezet, Buntsandstein, Muschelkalk en Keuper. De naam Trias betekent dan ook letterlijk driedeling. Ten oosten van de Paleo-Tethysoceaan lagen de kleine continenten Noord- en Zuid-China, die in het Laat-Trias met elkaar botsten en versmolten. Al deze continenten bewogen langzaam in een langgerekte rij van landmassa’s naar het noorden waar ze zich uiteindelijk in de loop van het Mesozoïcum, het middelste era, bij zouden voegen. In geen van beide poolstreken (Pangea bedekte beide polen) kwamen gletsjers voor. Sterker, de poolstreken lijken een nat en gematigd klimaat te hebben gehad. Dankzij de enorme oppervlakte van Pangea had het grootste gedeelte van de continenten een land klimaat waarin de invloed van de zee afwezig was en grote verschillen tussen de seizoenen voorkwamen. Het zeeniveau was, hoewel iets hoger dan tijdens het Perm, in het Trias nog relatief laag. Ongeveer 60 meter hoger dan nu. Het grootste gedeelte van de continenten lag, net als tegenwoordig, boven water. Na het grote uitsterven aan het einde van het Perm, ontwikkelen zich veel nieuwe levensvormen, er is ruimte genoeg om te experimenteren. De eerste vliegende reptielen kiezen het luchtruim, Reptielachtige zoogdieren ontwikkelen zich verder. De ichtyosaurus was een reus, levendbarend en kon zeer diep jagen, grote ogen met benen iris. Het land werd weer snel bevolkt met nieuwe dieren. Nederland lag nog onder water.
Het einde van de Trias zaaide ook weer dood en verderf, eerst even wat getallen om een idee te geven van de omvang van deze massa-extinctie. Maar liefst 76 procent van de soorten op aarde stierf uit; twintig procent van alle in de oceaan levende families verdween. Ammonieten (31 families stierven uit), maar ook groepen reptielen, slakken, tweekleppigen, brachiopoden, amfibieën, sommige planten (vooral varens) en microfossielen stierven uit. Met recht is de eind-Trias-extinctie ook een massa-extinctie!. Aan de basis van het uitsterven ligt hoogstwaarschijnlijk bij de methaanhydraten. Ze liggen opgeslagen in de zeebodem en bevatten enorme hoeveelheden methaan (CH4) in de kristalstructuur van water, zo'n soort ijs vormend. (Bermuda driehoek)
In 2001 stelden wetenschappers al voor dat het vrijkomen van dit koolstof de massa-extinctie had veroorzaakt. Onderzoek van (Universiteit Utrecht) vertelt dat dit heel snel gebeurde: in 10.000-20.000 jaar kwamen grote hoeveelheden koolstof in de atmosfeer waardoor de aarde flink opwarmde. Een deel van het koolstof komt namelijk als broeikasgas in de atmosfeer terecht, als methaan of als CO2. Onderzoek uit 2005 liet zien dat er veel meer warmere dagen op aarde voorkwamen in de late Trias met 2 tot 8 maal zoveel CO2 ± 200 ppm. {Deeltjes per miljoen deeltjes.} ten opzichte van de industriële revolutie (285 ppm). (nu 391 ppm.) In de oceanen was veel minder zuurstof aanwezig. Ook veel vulkanisme. In de Jura, ± 199 mln jr. geleden, was het opbreken van het supercontinent Pangea in volle gang. Het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan opende zich.
De Nederlandse bodem was aan het begin van het Jura wederom onder water te vinden. Door de vorming van alle nieuwe, lichte oceaankorst steeg het zeeniveau in de Jura. Gedurende deze periode bleef het echter onrustig in de grond en vonden er veel veranderingen plaats. Waar Nederland aan het begin nog onder water lag, zorgden deze veranderingen ervoor dat de zee zich terugdrong en er zelfs een vulkaan in de omgeving van Vlieland actief werd! Het was een warme periode waarin ijskappen op de polen ontbraken. Het zeewater stond 200 meter hoger dan vandaag… De Jura was (samen met het daaropvolgende Krijt) de bloeiperiode van de dinosauriërs, ook ontstonden de eerste vogels. In het zuiden van Zuid-Duitsland begon de Tethysoceaan die zuid Europa bedekte. Aan het einde van de jura worden de Lithografische platen afzettingen van Solnhofen gevormd
De Golf van Biskaje bestond nog niet waardoor het Iberisch Schiereiland in een geroteerde positie vast zat aan de westkust van het tegenwoordige Frankrijk. Met het uit elkaar bewegen van Afrika en Europa raakten een aantal microcontinenten los van de Afrikaanse Plaat, waaronder Apulia, dat later Italië zou worden. Vooral de dinosauriërs bleken achteraf gezien baat te hebben bij de massa-extinctie. In Noord-Amerika waren ze ongeveer 10.000 jaar na de grens Trias/Jura flink groter. Men denkt dat de dinosauriërs veel minder competitie hadden als gevolg van de uitsterving en zo groter konden groeien. De tijd van de dinosauriërs was nu echt aangebroken en zou nog 135 miljoen jaar duren.
Dan begint het Krijt ±145 mln jr. geleden. Het Krijt was een periode met een relatief warm klimaat en een hoge zeespiegel. Ruim 200 meter hoger dan nu…. Zuid Amerika scheurt los van Afrika en Europa komt los van Laurazië en Groenland. India komt los van Antarctica waar Australië nog aan vast zit. De Atlantische Oceaan ontstaat. In het water leefden tegenwoordig uitgestorven groepen dieren waaronder zee reptielen en ammonieten. Op het land leefden diverse soorten dinosauriërs, tegelijkertijd verschenen veel van de moderne groepen zoogdieren en vogels. Onder de planten verschenen de bedektzadigen (bloemdragende planten). Nederland tijdens het Krijt, is veel meer dan de tropen zee van het Laat-Krijt die we kennen uit de kalksteen van Zuid-Limburg. Gedurende het Vroeg-Krijt (ongeveer tussen 145 en 130 miljoen jaar geleden) was Nederland in beweging. Er was een gevarieerd landschap te zien met heuvelruggen die omhoog kwamen en bekkens die afwisselend werden bezet door rivieren, meren, laagland en zee.
De periode waarin de Atlantische Oceaan zich opende was geologisch zeer heftig. 145 mln jr. Het omliggende land schudde op zijn grondvesten! Stukken van Nederland kwamen omhoog! Rond honderddertig miljoen jaar geleden brak een periode van rust aan. De heuvelgebieden begonnen af te slijten en ook de bekkens kwamen meer tot rust. Tegelijkertijd steeg de zeespiegel en raakte Nederland meer en meer vanuit het noordwesten bedekt door zee. Waar Nederland in het vroege Krijt nog bestond uit heuvelruggen en een mix tussen rivieren en land, zorgden wegzakkende grondplaten voor een opkomende zee, wat Nederland wederom onder water legde. Tijdens het Laat-Krijt was Nederland bijna helemaal bedekt door een zee, die van tijd tot tijd verbonden was met de zuidelijker gelegen Tethys oceaan. Het uiterste zuidoosten van Limburg lag tegen de kustzone van het achterliggende Ardennengebied aan.
Het tijdperk van de giganten, enorme vleesetende rovers als de tot de verbeelding sprekende Tyrannosaurus rex en grote kuddes plantenetende sauriërs, die tot 100 ton per stuk konden wegen. Zowel zeemonsters als haaien en sauriërs (mosasaurus uit de St Pietersberg) en schildpadden die er al in de jura ook bij waren. De bloeitijd van de grote dinosauriërs en deze was de koning, de Tyrannosaurus rex. Het tijdperk van de giganten, enorme vleesetende rovers.
De meteoriet die 66 miljoen jaar geleden de aarde trof, had een diameter van tien kilometer. Hij maakte een krater die meer dan 150 kilometer breed was. Na de inslag ontstonden er, naast plotse klimaatveranderingen, tsunami’s, bosbranden, vulkaanactiviteit en globale aardbevingen. Alle sauriërs stierven uit, alle ammonieten en belemnieten ook, maar ook veel soorten planten en ongewervelden. Door het verdwijnen van de dinosauriërs kwamen ecologische ruimtes vrij, waardoor vooral onder de zoogdieren snelle verspreiding kon plaatsvinden aan het begin van het Paleogeen.
± 65 mln jr. geleden begon het Paleogeen in het era Cenozoïcum. Aanvankelijk koelde het klimaat af en daalde het zeeniveau, een ontwikkeling die al aan het einde van het Krijt begonnen was. India en Australië bewogen tijdens het Paleogeen noordwaarts. Het eerste continent zou na het Paleogeen met Eurazië in botsing komen, waardoor de Himalaya zou ontstaan. De noordwaartse beweging van Australië ten opzichte van Antarctica zorgde ervoor dat het laatste continent steeds meer in een geïsoleerde positie op de zuidpool kwam te liggen. Ten zuiden van Europa en West-Azië sloot langzaam de Tethys oceaan als gevolg van de noordwaartse beweging van Afrika. De Middellandse zee is het overblijfsel. Dit veroorzaakte de Alpiene gebergtevorming die tijdens het Paleoceen, onder andere in de Alpen, Pyreneeën actief was.
De zoogdieren ontwikkelden zich in sneltreinvaart maar waren klein en onopvallend. Planten waren ongeveer gelijk aan die van het Krijt. In het Paleoceen was het zeeniveau relatief laag. Aan het eind van het Paleogeen verschenen andere groepen zoogdieren die in de zee en de lucht leefden. Ook verschenen nu de eerste moderne grassen. Tijdens het Eoceen vond echter een opwarming plaats. Daarna koelde het klimaat weer af, wat zich uitte in het groeien van de ijskap op Antarctica aan het einde van het Eoceen. Het Oligoceen kende een relatief koel klimaat. Vergeleken met tegenwoordig waren al deze tijdperken echter nog steeds relatief warm. Het broeikaseffect dat in het Eoceen heerste op aarde zorgde ervoor dat het water weer veel grond kon dekken, zo ook in Nederland. Het oppervlakte lag op 200 meter onder het waterspiegel.
De Nederlandse bodem werd wederom een mix van klei en zandlagen. Naarmate het Paleoceen vorderde, trok de zee zich terug en kwam de landmassa tevoorschijn. Van het zuidoosten werden Limburg en andere regio’s zichtbaar en ook de eerste vorm van de Noordzee was een feit.
Dan krijgen we het Neogeen ± 23 mln jr. geleden, tijdens het Mioceen ging de Alpiene vorming door. Zo zou door de botsing tussen India en Azië 2.3 mln geleden, de Himalaya tijdens het Mioceen beginnen te vormen. De noordwaartse beweging van Afrika en Arabië zorgde tussen 19 en 12 miljoen jaar geleden voor het sluiten van de Tethysoceaan, waardoor Azië en Afrika verbonden raakten en de Middellandse Zee ontstond. De Pyreneeën, Alpen, Taurus, Kaukasus bleven groeien! In de Alpen vond bijvoorbeeld tussen 10 en 5 miljoen jaar geleden een belangrijke fase van opheffing plaats, waardoor de zee definitief uit Midden- en Oost- Europa verdween. Ten noorden van de Alpiene gebergtegordels lag tijdens het Mioceen een grote binnenzee, de Paratethys, waarvan de tegenwoordige Zwarte Zee en Kaspische Zee restanten zijn. Tijdens het Mioceen waren de Paratethys en de Middellandse Zee afwisselend wel of niet verbonden door zeestraten. Een geologisch gezien kortstondige, maar wel ingrijpende gebeurtenis was het (zo goed als geheel) droogvallen van de Middellandse Zee rond 6 miljoen jaar geleden. Ook dit werd veroorzaakt door de noordwaartse beweging van Afrika, die ervoor zorgde dat de voorlopers van de Straat van Gibraltar sloten. Toen deze duizenden jaren geleden weer vol liep werd het verhaal van de zondvloed geschapen..
6 miljoen jaar geleden, aan het eind van het Mioceen, ontstonden in Zuid-Afrika de verre voorouders van de mens. Hier zien we enkele Miocene zoogdieren waaronder verre familie van de olifant, oerpaardjes en de voorouders van de neushoorn. Aan het einde van het Mioceen, zo'n 5 miljoen jaar geleden, ontstond de mammoetfamilie. Paardjes hadden toen ze nog maar 30 cm groot waren zo`n 30 miljoen jaar geleden nog 4 tenen. Naarmate ze groter werden ging het van 3 naar 2 tenen tot ze uiteindelijk in het Pleistoceen ±700.000 jr. tot één hoef vergroeiden. Ze werden als grazer gejaagd door vele vleeseters. De ondergrond is door alle klei en zandlagen relatief instabiel maar wordt 100.000 jaar geleden wel al bewoond door mensachtigen. Het Quartaire is het laatste tijdperk uit de serie, dat begon ruim 2500 jaar geleden.
Het Quartair is een tijdperk waarin ook koude en warme perioden elkaar afwisselden: glacialen (ijstijden), werden afgewisseld door interglacialen (tijdperk tussen twee ijstijden in). Tijdens deze ijstijden stond het water wel 200 meter lager en graasden dieren op de Noordzeebodem, resten van hen worden regelmatig door vissers van de bodem opgevist. In totaal zijn er zo'n 4 grote ijstijden geweest gedurende het Quartair, 2,5 mln jr. maar waarschijnlijk hebben er in totaal ongeveer 20 (kleine en grote) ijstijden plaatsgevonden in deze periode. Door het gewicht van het ijs dat wel tot 5 km hoog kon worden zijn de ondergronden en gesteentelagen diep naar beneden gedrukt, de steenkool in en Helder zit 5 kilometer diep.
Het leven in het Quartair. De moderne mens is ontstaan en verspreidt zich vanuit Afrika over de hele wereld. Hij heeft zich aan verschillende klimaten weten aan te passen. Aan het begin van het Holoceen, 11.700 jaar. geleden, was het huidige Nederland nog voor bijna de helft bedekt met water. Maar door onder andere afzetting van zand maakte de zee plaats voor rivieren en meren. Met dank aan de wetenschap kunnen wij nu terugkijken naar het ontstaan van de aarde. Hier waren diverse disciplines leidend in, zoals de Paleontologie waarbij fossielen konden worden blootgelegd en de archeologie die de nalatenschap van de mens onderzocht, maar ook de geotechniek, voor het bepalen van de diverse grondlagen. Het Quartair Samenvattend zijn er in de tijdperken na het Eoceen 33 mln. nog enkele overstromingen en droogleggingen geweest wat Nederland heeft gevormd zoals het nu is. De aarde was echter al bijna gevormd tot hoe wij het nu kennen.
Externe inhoud
De inhoud die hier wordt weergegeven kan niet worden weergegeven vanwege de huidige cookie-instellingen.
Deze website kan inhoud of functies aanbieden die door derden op eigen verantwoordelijkheid wordt geleverd. Deze derden kunnen hun eigen cookies plaatsen, bijvoorbeeld om de activiteit van de gebruiker te volgen of om hun aanbiedingen te personaliseren en te optimaliseren.
Cookie-instellingen
Deze website maakt gebruik van cookies om bezoekers een optimale gebruikerservaring te bieden. Bepaalde inhoud van derden wordt alleen weergegeven als "Inhoud van derden" is ingeschakeld.
Technisch noodzakelijk
Deze cookies zijn noodzakelijk voor de werking van de website, bijvoorbeeld om deze te beschermen tegen aanvallen van hackers en om te zorgen voor een uniforme uitstraling van de site, aangepast op de vraag van bezoekers.
Analytisch
Deze cookies worden gebruikt om de gebruikerservaring verder te optimaliseren. Dit omvat statistieken die door derden websitebeheerder worden verstrekt en de weergave van gepersonaliseerde advertenties door het volgen van de gebruikersactiviteit op verschillende websites.
Inhoud van derden
Deze website kan inhoud of functies aanbieden die door derden op eigen verantwoordelijkheid wordt geleverd. Deze derden kunnen hun eigen cookies plaatsen, bijvoorbeeld om de activiteit van de gebruiker te volgen of om hun aanbiedingen te personaliseren en te optimaliseren.